Behoud van middelenpakket binnen de boomkwekerijsector 

- via deze website

Aanvragen Fonds Kleine Toepassingen

De CEMP Bomen, Vaste Planten en Zomerbloemen (Peter van ’t Westeinde) heeft financiële ondersteuning aangevraagd bij het “Fonds Kleine Toepassingen” voor de uitbreiding van verschillende middelen op de etiketten. Deze aanvragen zijn goedgekeurd door het fonds en ingediend.
Zodra deze aanvragen door het CTGB behandeld en toegelaten zijn zullen we u hierover informeren.

De aanvragen zijn:

  • Herbicide Goltix WG, op basis van metamitron, wordt aangevraagd voor boomkwekerijgewassen, vaste planten, zomerbloemen en snij- en trekheesters.
  • Herbicide Vivendi 100 was al toegelaten in boomkwekerijgewassen en deze wordt nu ook aangevraagd in vaste planten, zomerbloemen en snij- en trekheesters.
  • Fungicide Vitisan wordt uitgebreid naar boomkwekerijgewassen, vaste planten, zomerbloemen en snij- en trekheesters.
  • Fungicide Rizolex gaat worden uitgebreid naar bos- en haagplantsoen, sierheesters, coniferen, heide, vaste planten, snij- en trekheesters en zomerbloemen voor de bestrijding van Rhizoctonia.
  • Ten slotte wordt het insecticide Affirm uitgebreid naar boomkwekerijgewassen, vaste planten en zomerbloemen ter bestrijding van rupsen en vliegen.

CTGB laat nieuwe middelen toe in de vergadering van 22 januari 2020:

 

  • Het insecticide BotaniGard WP heeft een uitbreiding gekregen in een groot aantal kleine gewassen. Voor de bestrijding van o.a. Witte Vlieg, Slawortelboorder en trips is dit middel nu ook toegelaten in de bedekte teelt van Pioenrozen, de onbedekte teelt van Laanbomen, klimplanten en rozen. Het middel was reeds toegelaten in de onbedekte teelt van bloemisterijgewassen en vaste planten.
  • Het fungicide Fungaflash op basis van imazalil heeft in de bedekte teelt een uitbreiding gekregen in potplanten, snijbloemen, boomkwekerijgewassen, vaste plantenteelt en de bloemenzaadteelt. Dit middel was reeds toegelaten in de niet grondgebonden bedekte teelt van begonia en roos.
  • Het fungicide Vintec tegen o.a. Esca ((Phaeomoniella chlamydospora, Phaeoacremonium aleophilum) is nu uitgebreid naar de onbedekte teelt van druiven (ook boomkweekrij). dit middel was enkel toegelaten in de bedekte teelt.

Hoe verder zonder Finale en Basta?


De opgebruiktermijn van Finale en Basta (en andere middelen op basis van glufosinaat-ammonium) loopt af op 31 januari 2020. Begin 2018 heeft Bayer bekend gemaakt dat ze de toelating van deze middelen per direct actief in zou trekken voor de gehele Europese Unie. 31 juli 2018 zou dan de einddatum zijn. Vanuit de Vakgroep Bomen, Vaste planten en Zomerbloemen zijn we daar toen direct tegen in actie gekomen. Dit heeft geresulteerd in een maximale opgebruiktermijn. In die tijd kon er dan gewerkt worden aan alternatieven. Daar zijn we toen ook direct, in samenwerking met een aantal toelatingshouders aan begonnen. Dit heeft geleid in onderzoek met verschillende middelen maar ook het aanvragen van uitbreidingen van een aantal middelen die al zijn toegelaten in andere gewassen. Toelatingen worden in

Nederland afgegeven door het CTGB. Zij controleren ook of het middel geen ongewenste effecten heeft op het milieu en/of de toepasser. Wanneer er een aanvullende vraag gesteld wordt dan schuift de termijn van toelating al snel enkele maanden op. Dit alles heeft ervoor gezorgd dat er niet voor alle oude toepassingen van Finale en Basta nu andere middelen toegelaten zijn. Ook zijn er geen brede ervaringen met middelen die nu wel op de markt zijn. Een middel als Kerb Flo zou als alternatief voor een aantal vervallen toepassingen van Finale en Basta bijvoorbeeld een oplossing kunnen zijn. Er zijn ook een aantal middelen die nu in toelating liggen bij het CTGB maar die nu door verschillende oorzaken niet toegelaten worden.

Adviescommissie Cemp

 Andre wijnstraAchter de schermen wordt er had gewerkt om een zo goed mogelijk middelenpakket in de been te houden. Als 

hier minder energie opgezet zou worden dan wat nu gebeurt, zouden we fors minder middelen ter beschikking hebben.De Cemp medewerker Peter van ’t Westeinde wordt in zijn werk ondersteund door de Adviescommissie Cemp. De Adviescommissie komt minimaal drie keer per jaar bij elkaar en bespreekt de vooraf verzamelde knelpunten en kansen voor onze sector. Tevens wordt a.d.v. een prioriteitenlijst besproken hoe alles aangepakt wordt.

Afgelopen najaar is André Wijnstra, (links op de foto) de nieuwe voorzitter van de cultuurgroep Bos- en Haagplantsoen, toegetreden tot de Adviescommissie.

 
 
We hebben André enkele vragen gesteld:

1 Waarom vervul je deze rol als lid van de Adviescommissie CEMP?
Met de uitdaging van het voorzitterschap van de cultuurgroep Bos- en Haagplantsoen die ik ben aangegaan om onze mooie sector bestuurlijk te vertegenwoordigen zie ik ook een grote meerwaarde in CEMP voor mij. In deze tijd waarbij de politiek meer groen en meer bos wenst, hebben we de wind mee en is het belangrijk om veel gerealiseerd te krijgen. Maar fytosanitair wordt het komende decennia een grote uitdaging. Dit is de reden voor mij, samen met Martijn Poppelaars, om ook binnen de CEMP onze sector te vertegenwoordigen met onze specifieke problemen. Door steeds strengere Europese normen en verboden, met daarbovenop nog extra Nederlandse uitzonderingen is het belangrijk dat vanuit onze sector bos- en haagplantsoen de brug wordt geslagen tussen de cultuurgroep leden en de vertegenwoordiging binnen CEMP. Ook moeten wij vanuit de praktijk onze problematiek duidelijk maken naar beleidsmakers. Dit kan alleen als je als cultuurgroep je stem laat horen, vandaar ook de oproep aan de leden om punten aan te dragen.

2 Wat zie je nu en in de toekomst als grootste knelpunten m.b.t. GBM en mineralen?
Wij zien dat bij het onkruid afbranden van de zaaibedden, de winter bespuitingen en schimmelbestrijding er steeds grotere uitdagingen komen.
De algehele onkruidbestrijding vraagt veel aandacht met middelen die op termijn verdwijnen. Ook zien wij dat door de mestwetgeving naar ons idee te weinig mest en organische stof beschikbaar is en er verschraling in de bodem optreedt. Dit heeft ook een negatief gevolg op de weerbaarheid en gezondheid van de plant. Maar misschien is onze grootste angst nog wel hetgene wat onbekend is, er komt elk jaar wel een aap uit de mouw. Juist daarom moet CEMP vanuit de sector ondersteund worden.

3 Vind je dat de CEMP Adviescommissie samen met de CEMP medewerker Peter van ’t Westeinde resultaten behaalt voor de sector?
Het is al gebleken dat CEMP veel resultaat behaald heeft en Peter van 't Westeinde is een zeer deskundig persoon. De aangewezen man om onze belangen te behartigen. Zeker liggen er met Fonds Kleine Toepassing veel mogelijkheden om middelen voor onze kwekers beschikbaar te krijgen en te houden. Maar ik moet ook een groot compliment maken aan de mensen in de Adviescommissie. Ze zijn allen zeer deskundig die samen naar mijn inziens het maximale eruit halen. Vaak wordt er gezegd: "dat is al besloten" en vaak is het ook zo, maar niet altijd en daar heeft CEMP zijn meerwaarde.

Verplichting drukregistratievoorziening op spuitmachines

Om drift van gewasbeschermingsmiddelen verder te reduceren is in een aantal gevallen een drukregistratievoorziening op spuitmachines verplicht vanaf 1-1-2020 en mogen spuitdoppen met een spuitdruk tot 2 bar niet meer gebruikt worden.

Voor neerwaartse spuittechnieken geldt:

De verplichting voor een drukregistratievoorziening vervalt wanneer gebruik gemaakt wordt van driftarme doppen met een spuitdruk vanaf 3 bar (zie DRD-lijst (pdf, 1.2 MB) en bij gebruik van spuitapparatuur met een aanvullende driftreducerende voorziening. Voor op- en zijwaartse spuiten met een axiaal- of dwarsstroomspuit is een drukregistratievoorziening verplicht wanneer spuitdoppen worden gebruikt die driftarm zijn bij een spuitdruk lager dan 5 bar.

Meer weten over het behoud van middelenpakket? Neem dan contact op met uw vertegenwoordiger of ons team Boomkwekerij

Mertens nieuwsoverzicht